Monthly Archives: October 2016

TTIP, CETA, TPP en TiSA: Na ons de zondvloed.

Er is heel wat aan de hand in handelsland. Sinds enkele jaren onderhandelt een groot aantal regeringen wereldwijd over een mondiaal netwerk van vrijhandelsverdragen. Washington en Brussel willen de EU en de VS vangen in een gigantische vrijhandelszone van LA tot aan Boekarest (TTIP). De landen rond de Grote Oceaan hebben onder leiding van de VS inmiddels de onderhandelingen over hun transpacifische handelsverdrag (TPP) afgerond. Het Comprehensive Economic and Trade Agreement (CETA) tussen de EU en Canada wordt vooralsnog geblokkeerd door het rebelse Wallonië. Het wereldwijde dienstenverdrag Trade in Services Agreement (TiSA) kan daarentegen dit jaar nog afgerond zijn. Al die mammoetverdragen zijn niets minder dan een politiek project van mondiale omvang.

Economische groei

Natuurlijk, natuurlijk. Economie is wel degelijk de kern van verdragen als TTIP, TPP, CETA en TiSA. Maar de weg naar politieke macht loopt vaker wel dan niet via economische slagkracht. De gesprekken daarover zijn binnen de Wereldhandelsorganisatie (WTO) al een tijdje geleden hopeloos vastgelopen – mede dankzij de groeiende assertiviteit van landen als China en India die zich steeds minder aantrekken van de handelsregels die de VS en de EU de afgelopen decennia hebben kunnen dicteren. Het westen zelf is daarentegen verre van ongeschonden uit de opeenvolgende hypotheken-, banken-, economische, euro- en politieke crises van de laatste jaren heen gekomen. Banken zijn gered, mensen niet. Het systeem draait soortement van weer, maar de onvrede groeit. Beleidsmakers in Brussel hopen zich via TTIP en CETA eindelijk definitief de crisis uit te kunnen exporteren door handelsregels te versoepelen, barrières weg te nemen en groei en banen te creëren. Voor een heersende politieke klasse die wel erg goede vrienden is geworden met het mondiaal opererende bedrijfsleven, is exportstimulering ten koste van alles blijkbaar de enige weg vooruit. There is no alternative.

Maar helaas. De economische voordelen van de monsterverdragen lijken op zijn zachtst gezegd flinterdun. 119 miljard euro aan groei dankzij TTIP klinkt indrukwekkend, maar in de praktijk betekent dat een luttele vijfhonderd euro per Europees gezin per jaar (vanaf 2027, in het meest ambitieuze scenario en als er verder niks geks gebeurt). Een getal dat ook nog eens niet helemaal blijkt te kloppen. De Europese Commissie gaat in haar rekensommen uit van vier personen per Europees gezin, terwijl dat volgens Eurostat toch echt 2,3 personen moet zijn. Minder gezinnen om de totale economische koek over te verdelen en een kunstmatige opblazing van de potentiële TTIP-winst dus. Hak die vijfhonderd euro dus nog maar eens doormidden.

Getallenretoriek

Getallen zijn een mooie manier om ons wereldbeeld in te kaderen. Ze zijn ook afhankelijk van rekenmodellen, interpretatiekaders en gegevens. Zo concluderen kritische onderzoekers dat TTIP en CETA ons geld, groei en dus banen gaan kosten. Wie heeft er nu gelijk? Moeilijk. Wat wel geldige overwegingen zijn is dat het nog discutabel is of het Europese midden- en kleinbedrijf meeprofiteert van toegenomen exportvolumes. Onderhandelingen zijn immers nooit eenrichtingsverkeer; toegenomen Europese export naar de VS betekent ook meer Amerikaanse producten op de Europese markt. Er zullen economische sectoren winnen bij TTIP of CETA. Maar anderen zullen klappen gaan vangen. You win some, you lose some.

Hetzelfde geldt voor het voor Europa potentieel zeer voordelige dienstenverdrag TiSA (de EU is de grootste dienstenexporteur ter wereld). Dienstenmarkten openbreken is één ding. Maar het blijft onduidelijk wat dat betekent voor dataprivacy van burgers, er zullen delen van de zorg verder geprivatiseerd worden en Amerikaanse bedrijven eisen vanaf inwerkingtreding van TiSA inzage in nationale wetgeving voordat parlementen zich erover kunnen uitspreken. Daarbij is het nog maar de vraag hoe arbeidsnormen en minimumlonen in godsnaam nog gegarandeerd kunnen worden op een steeds verder uitdijende wereldmarkt. Voor vakbeweging FNV reden om TiSA in zijn geheel af te wijzen.

Allemaal thema’s waar nationalistische populisten nu al hoog mee scoren in de peilingen.

Postdemocratie

Voor Brusselse beleidsmakers komt de explosie van wantrouwen als een donderslag bij heldere hemel. Decennialang bleef het neoliberale vrijhandelsparadigma dat sinds de jaren zeventig de ideeën van verschillende denkers als Friedrich Hayek, Ayn Rand en Adam Smith heeft weten te combineren tot het maatschappelijk dominante ordeningsprincipe immers gevrijwaard van grootschalige tegenstand. Eerlijk is eerlijk, lange tijd profiteerde een groot deel van de bevolking ook lekker mee van alle vrijhandel.

Tegelijkertijd kon er echter ook een onzichtbaar slome, technocratische machtsoverdracht van overheid naar bedrijfsleven plaatsvinden. Een toestand die volgens de Britse politicoloog Colin Crouch is uitgemond in een ‘postdemocratie’ waarin politieke instituties alleen nog maar in vorm bestaan door verregaande opeenhoping van kapitaal en macht buiten (en later ook binnen) de traditionele overheidssfeer. In Occupy-termen: de 1%. In marxistische termen: het kapitaal. In democratische termen: de markt.

Ideologische bias

De daaruit voortvloeiende ideologische bias was vanaf het prille begin ingebakken in het huidige onderhandelingscircus. TiSA werd voor het eerst geopperd tijdens een grote conferentie van dienstverlenende bedrijven in Hong Kong. Het startschot voor TTIP werd in 2011 gegeven met de oprichting van een High Level Working Group (HLWG) die onder leiding van niemand minder dan toenmalig Europees handelscommissaris Karel de Gucht naar mogelijkheden zocht om de transatlantische handel te verdiepen. Daags voor president Obama de onderhandelingen aankondigde adviseerde de groep formeel om gesprekken over TTIP te starten (voor de oplettende lezer: De Gucht adviseerde feitelijk inderdaad zijn eigen kabinet).

Oké, de Europese Commissie handelt niet op eigen houtje en heeft wel degelijk een mandaat van de lidstaten. Dat is als democratische legitimatie alsnog vrij miniem. De Commissie ging er immers stiekem vanuit de verdragen in de politieke luwte zonder slag of stoot te kunnen afronden. Sowieso bezit de Commissie pas de competentie om over handelspolitiek te mogen onderhandelen vanaf het ook niet geheel smetvrije Verdrag van Lissabon. In de aanloop naar de daadwerkelijke onderhandelingen ontving de Commissie vervolgens 119 keer iemand van het bedrijfsleven en elf keer iemand uit het maatschappelijk middenveld of de milieulobby. Met als uitkomst dat TTIP, TPP, CETA en TiSA vooral de belangen dienen van de bedrijven die het beste toegang hebben tot de macht in de Brusselse bubbel. Formeel democratisch? Ja. Een democratisch tekort om u tegen te zeggen? Ja.

Belangrijker; de huidige generatie verdragen gaat vele malen verder dan handelsbeleid ooit gegaan is. Was het ooit de bedoeling protectionisme tegen te gaan en tarieven omlaag te brengen – nu gaat het over alle (alle!) nationale wetgeving die economische barrières zou kunnen opleveren. Een mooie manier om de gehele samenleving ondergeschikt te maken aan de economie. Milieumaatregelen, arbeidsmarktbeleid en wetten over het wel of niet toelaten van buitenlandse privéscholen (om maar iets te noemen) worden op die manier handelsbelemmeringen. Critici noemen de verdragsonderhandelingen niet voor niks een corporate coup. Opvallend genoeg komen die critici al lang niet meer uit de linkse of activistische hoek.

Revolte

‘Er is geen pauzeknop voor globalisering. Het enige wat we kunnen doen, is bedrijven helpen beter te concurreren in een geglobaliseerde wereld’,  fulmineert Amerikaans EU-ambassadeur Anthony Gardner deze maand in dagkrant NRC. Nou is de VS er vooral veel aan gelegen de regels voor de mondiale exporteconomie met zoveel mogelijk verschillende partners in beton te gieten voordat China dat kan doen. Azië wordt immers een steeds belangrijkere markt. Een helemaal niet zo verborgen agenda waar bondgenoot Europa zich volgens Washingtons meesterplan bij aan dient te sluiten. Een gezamenlijke transatlantische stem is belangrijk om regels te kunnen opstellen waar mensrechtenschender en milieuvervuiler China niets mee op heeft, klinkt het uit Brussel en Washington.

Op zich geen slecht idee. De Chinese en Russische ideeën over mensenrechten zijn anders dan die van het westen. Op papier in elk geval.

Ware het niet dat de multinationale corporaties die binnen de westerse economische en politieke organisatie ongeëvenaard machtig zijn geworden geen gelegenheid onbenut hebben gelaten om hun eigen handelsagenda nu eindelijk door te drukken. Het zou niet voor het eerst zijn dat een crisis is aangewend om een bepaalde politieke visie door te drukken. Lees ‘De Shockdoctrine’ (2007) van Naomi Klein er maar op na. Van alle mooie intenties en Verlichte westerse waarden lijkt in de praktijk dan ook niet zoveel terecht te komen in monsterverdrag TTIP, concluderen onderzoekers van researchinstituut Clingendeal dan ook teleurgesteld. Al  te strenge milieunormen zouden immers ook slecht zijn voor de concurrentiepositie van ons eigen bedrijfsleven.

Cirkelredenering

Zo worden TPP, TiSA, TTIP en CETA mooi onderdeel van een vicieuze cirkelredenering die elke fundamentele discussie over de inrichting van economie en samenleving bij voorbaat uitsluit. TTIP-critici en CETA-bezwaarmakers zijn antiglobalisten die geen kaas hebben gegeten van economie, vertrouwde een kettingrokende handelsambtenaar me een tijd geleden toe op de stoep voor het hoofdkwartier van de Europese Commissie aan de Brusselse Wetstraat. Want wie kan er nou tegen meer handel zijn?

De groeiende groep mensen die niet van die handel meeprofiteert.

Democratie is meer dan het veiligstellen van handelsbelangen. De mogelijkheid om serieuze bezwaren in te brengen is als zuurstof voor een gezond en pluriform democratisch bestel. Een recordaantal van 3,5 miljoen mensen tekende een petitie tegen CETA en TTIP, straatprotesten trekken duizenden en gemeentes in heel Europa benoemen zichzelf tot ‘TTIP-vrije zones’.

Tegelijkertijd manifesteert de ontevredenheid over die mondiale economie zich steeds duidelijker. Groteske politieke figuren als Geert Wilders of Nigel Farage kapitaliseren op de wel degelijk gegronde onrust die veel mensen voelen over migratie, dure zorg of het democratische tekort in de Brusselse bubbel. Zorgen die niet minder zullen worden door het rücksichtslos doordrammen van een vrijhandelsagenda die concreet niet al te veel lijkt te gaan opleveren; een politiek project vermomd als economische realpolitik. Dat opportunisme heeft consequenties.

Want de bezwaren nu niet serieus nemen betekent op termijn de deuren openzetten voor extremere tegenkrachten – de populistische revolte die we nu zien ontstaan.