De vrijheid en het buigen

Ik word er net op geattendeerd dat de FBI zogenaamde ‘sovereign citizens’ sinds september vorig jaar ook als terroristische dreiging beschouwt. De veiligheidsdiensten in het land dat een absoluut vrijheidsbeginsel meent te moeten uitdragen daar waar dat mogelijk is, ziet vrije burgers nu kennelijk dus als een bedreiging. Geniaal paradoxaal. Het is eigenlijk bijna poëzie.

Goed. Waar draait het precies om? Het probleem met ‘sovereign citizens’ is dus volgens de FBI dat ze kritisch zijn wat betreft de legitimiteit van de overheid. Ze opereren ‘zonder georganiseerd leiderschap’, en komen alleen samen in ‘loosely affiliated groups’ om te ‘trainen, elkaar te helpen met papierwerk, of om te socialisen en met elkaar te praten over ideologie’ (tekst één-op-één gejat en redelijk slecht vertaald van de FBI-website). Dus. Kritisch zijn over het functioneren van de overheid en daar vervolgens met anderen over spreken mag binnenkort ook niet meer. Ik vind dat vreemd in een samenleving die prat gaat op, jawel, vrijheid. Vrijheid die ik nu verder buiten zal gaan vieren. De zon schijnt namelijk. Hola!

—-

De eerste echte lentedag van 2012 is aangebroken. De mensen gaan weer naar buiten, ik trek meteen mijn korte broek aan en geen mens herinnert zich meer dat Nederland nog maar een korte tijd geleden, weggedoken in sjaals en mutsen en andere vooralsnog niet verboden gezichtsbedekkende kledij, gebukt ging onder wat al snel de horrorwinter van 2012 werd genoemd.

Het is zondagmiddag en ik chill in een parkje. Een jongen met een zonnebril op zijn hoofd fietst luid zingend voorbij. Een tweetal bejaarden rost hun opgevoerde scootmobielen enthousiast de bocht om. Ik lees een rapport over ontwikkelingssamenwerking en kloot wat met een fotocamera. Want het werk houdt nooit op natuurlijk. Iets verderop trapt een jonge vader een balletje met zijn nog veel jongere zoontje. Hij commandeert het mannetje fanatiek in de rondte. Zelf doet hij een half struikelende poging tot dribbelen met de bal aan de voet. Faalhaas. Als iemand zijn overduidelijk nog steeds aanwezige droom om ooit profvoetballer te worden moet waarmaken, zal dat waarschijnlijk zijn zoontje zijn vrees ik.

Het doet een beetje pathetisch aan hoe hij zijn eigen fanatisme projecteert. Maar ik kan er wel om lachen. Want zonder dromen blijft er niks over natuurlijk. Dromen zorgen tenminste ervoor dat je een beetje ‘sovereign’ blijft. En dat moeten we hebben. Want mensen zonder hoop zijn het makkelijkst te onderdrukken. Dat doen ze namelijk zelf al. Daar is de FBI helemaal niet voor nodig.

Leave a Reply

Your email address will not be published.