Feest

Volgens premier Rutte bestaat er geen armoede in Nederland. Nee. Als je het breed glimlachend gaat vergelijken met een of ander willekeurig Afrikaans ontwikkelingsland heeft Mark natuurlijk gelijk. Iets wegrelativeren door het toevoegen van een context zo disproportioneel dat werkelijk alles er rozengeur en maneschijn bij gaat lijken, neemt het initiële probleem niet weg. En dat probleem is dat er mensen in het welvarende Nederland zijn die instellingen als de Voedselbank nodig hebben om zichzelf en hun gezin te kunnen voeden, Mark. Ik leef zelf ook een behoorlijk end onder modaal, maar ik red me wel. Helaas heeft niet iedereen dat geluk. Dus, Mark, dat je het weet. Er zijn mensen in jouw Nederland die iedere maand moeite moeten doen om net wel of net niet de eindjes aan elkaar te knopen. Mensen die geen bonus op hun toch al riante jaarsalaris krijgen en moeite hebben om te voorzien in de meest basale levensbehoeften. Zoals internet (nee. Haha. Ik maak een grapje. Of niet?).

Daar kun je boos van worden en soms word je van boosheid actief. Dus stond ik vorige week met twee tassen, gevuld met blikken bonen, pakken koffie en dergelijke culinaire hoogstandjes waar de gemiddelde topambtenaar zijn neus voor ophaalt, in een nagenoeg lege loods van de Amsterdamse voedselbank. Dat hadden we toch mooi bij elkaar gefeest voor de (niet)armen van Nederland.

En het was een mooi feest, in een koud kantoorpand in Diemen eind november. Een paar bandjes die wel voor gratis wilden spelen. Geen entree. In plaats daarvan een voedselinzamelingsactie. En de normale dosis drank, drugs en slechte grappen. Knappende snaren, harde gitaren, kapotte flessen en goede harten. Mijn geloof in de kracht van onafhankelijke en geëngageerde muziek werd in één klap hersteld. De dag erna leverde een straffe kater van hels formaat, een rotzooi van jewelste en een behoorlijke dosis opgehaald eten op. Scheuten hartverwarming doorkruisten mijn brakke hoofdpijn. Alstublieft voedselbank. Dankjewel, dronken punkrockers. Harten zaten nog steeds op de juiste plekken.

Een paar dagen na het inleveren van het opgehaalde eten bij de dankbare mevrouw van de Voedselbank, loop ik mezelf in de stromende regen en omvergeblazen door de stevige windstoten van wat volgens de weerberichten een échte najaarsstorm is, te vervloeken. Ik sleep een tas met politieke propagandafolders rond en prop deze in brievenbussen. Waarom moest ik nou ook zo nodig toezeggen om mee te helpen met verspreiden van de jaarlijkse afdelingskrant van onze lokale politieke partij. Een vloekende linksmensch in het noodweer. De Geenstijler zou ervan smullen. Druipend natte haren en ook mijn boxershort is inmiddels volledig doorweekt. En ik heb het al zo moeilijk, brabbel ik tegen mezelf. Ik heb een baaldag. Mijn contract op het werk is niet verlengd. Aldus verlies ik mijn toch al niet op vetpotten lijkende salaris binnen nu en drie weken. Wat de benodigde focus op het produceren van eigen journalistiek werk ook weer wat bemoeilijkt. Freelancen betaalt namelijk niet altijd evenveel en kopzorgen zijn funest voor je creativiteit. Ik beweer godverdomme nergens dat de zaken er slecht voorstaan. Ik heb wel eens voor hetere vuren gestaan en zwaardere stormen getrotseerd. Maar het heeft er ook al eens beter uitgezien. Al wijt ik dit soort duistere contemplaties ieder jaar maar weer aan de jaarlijkse pre-kerstdip. Ik ben nou eenmaal niet zo´n fan van die o-zo-gezellige donkere dagen voor de zoveelste verjaardag van onze lieve heer. Ik trek het allemaal even matig op dit moment.

Moegestreden tegen de elementen begeven ik en mijn zo ongeveer lege foldertas ons naar de nachtwinkel. Uitkijkend naar een hete douche en een daaropvolgend koud glas speciaalbier besluit ik nog even een sigaretje te roken onder het afdak in het nagenoeg verlaten winkelcentrum. Tot mijn verbazing tref ik daar de dakloze man aan waar ik iedere middag even een praatje mee maak voordat ik mijn boodschappen insla bij de lokale supermarkt. Hij is Bulgaars en in gebrekkig Nederlands maakt hij me duidelijk dat hij inmiddels een dak boven zijn hoofd heeft gevonden. Eén of andere vage onderhuurconstructie bij een oud wijf dat hij bestempeld als een beetje gek. Vandaar dat hij en zijn eenzame blikje goedkoop bier hier dan ook rustig staan de staren naar de stormachtigheid van het Nederlandse najaar. Zijn donkere ogen verraden een mysterieuze triestheid. Hij vraagt me of ik ook dakloos ben. Jezus. Zie ik er zo verlopen uit na een uur door de regen dabben dat zelfs een dakloze aan me vraagt of ik dakloos ben? Ik koop hem een blik bier. Hij slaat het af. Hij heeft dan wel geen cent te makken maar geld voor bier sprokkelt hij liever zelf bij elkaar. Hij neemt niet zo maar iets aan van jan en alleman. Behalve van de Voedselbank, die verrichten goed werk. Ik staar hem beteuterd na terwijl hij de stromende regen inloopt een eenzame avond tegemoet.

De cirkel is rond. Ik moet af en toe niet zo zeiken godverdomme. En jij al helemaal niet, Mark.

Leave a Reply

Your email address will not be published.