Obsessie

‘Het is niet per sé zo dat ik onverwachte vrije dagen vervelend vind ofzo’, denk ik bij mezelf als ik op een mooie vrijdagmiddag de voorzichtige lentezon in dartel, ‘maar mijn bankrekening begint uit de verte wel alweer hongerig naar me te brullen.’ Ik heb net gewerkt. Of ja. Eigenlijk niet. Ik hàd moeten werken maar mijn laptop besloot in stil protest er mee te kappen. Daarmee het werk dat ik vandaag moest verrichten op het gemeentehuis in Utrecht ook direct onmogelijk makend. Zo zie je maar weer. Het machientje stopt ermee en de mens is per direct gediskwalificeerd tot overbodig prul. Misschien moeten we onszelf onderhand eens uitsterven.

Al huppelend terug naar de trein valt me weer eens iets op. Dat gebeurt vrij vaak. Dat me spontaan dingen opvallen. In dit geval staar ik gefascineerd naar het lint van auto’s dat traag langs trekt. Ik rol een sigaretje en zetel mij op een muurtje langs de straat om het geheel eens rustig te aanschouwen. Ik heb immers alle tijd van de wereld want werken zit er niet meer in vandaag. In elke auto zit een nors kijkend individu omringd door drie lege plekken. Ongetwijfeld stuk voor stuk alle andere weggebruikers vervloekend in hun eigen kleine universumpjes. Soms worden die lege plekken ingenomen door vanuit mijn perspectief in volkomen stilte kabaal makende kinderen. Grappig.

Verder gehuppeld dan maar. Ik loop naar de kaartjesautomaat op Utrecht Centraal en tik op een hip touchscreen in waar ik heen moet voordat ik een elektronische betaling verricht met het stukje plastic dat zich ten alle tijden in mijn portemonnee dient te bevinden. Als ik zo begin te denken tijdens het doen van heel dagelijkse handelingen kan ik een aanval van introspectief filosofisch gecontempleer bijna fysiek dichterbij voelen komen om me in zijn zachte maar obsessieve armen te nemen. Ik loop langs een winkeltje en denk aan het meisje dat daar werkte waar ik ooit nog eens mee gezoend heb op zo’n zomeravond dat alles perfect lijkt onder een schitterende sterrendeken. Een dromerige glimlach breekt door op mijn gezicht. Aanval afgeslagen. Victorie!

Mezelf bij de rest van de nieuwe lepralijers rond de rookpaal voegend kijk ik maar weer een beetje rond. Mijn net afgeslagen contemplatieaanval schopt me frontaal in mijn gezicht als ik de treincoupé inloop en constateer dat IEDEREEN die zich binnen mijn blikveld bevindt met oordopjes in obsessief naar een laptop of een anderssoortig scherm zit te staren danwel als een waanzinnige aap op knopjes zit te rammen. Is dit echt? Ben ik net een film binnengelopen ofzo? Jessis.

Jean Baudrillard had verdomme gelijk. We hebben de realiteit vermoord. Met voorbedachte rade. Terwijl de mij omringende medemensen rondzweven in een hyperrealiteit van bits en schermpjes kijk ik wat rond en constateer dat menselijk contact hier niet gewenst is. Het blonde meisje tegenover me kijkt me geschokt aan als onze blikken elkaar kruisen. Alsof ik een droom heb verstoord. Is myspace echt echter dan de echte wereld ja? De jongen naast me staart nors en obsessief naar het schermpje van zijn IMac, alsof hij is weggeplukt uit een slechte SF film waarin cyborgs een uiterst dubieuze hoofdrol spelen en de filosofische grens tussen mens en machine wordt geëxploreerd. Nou nog een draadje om zijn ongetwijfeld doorgetolde brein in te pluggen in het web der simulacra en de machinedictatuur is helemaal compleet.

Als iemand die fervent aanhanger is van zinloos protest dat niemand opvalt doe ik mijn mp3-speler lekker niét in. Tadam! Maar goed ik ben natuurlijk wel muzikant en had me eigenlijk heel erg verheugd op het luisteren van de nieuwe Alkaline Trio plaat. Op deze manier voelt mijn stille protest zelfs alsof ik er heel hard voor moet vechten. Maar ik, koene strijder die ik ben, weet vol te houden in het heetst van de strijd! Gloeiend van victorie stap ik breed lachend de trein uit en wordt door de voltallige coupé nagestaard alsof ik volslagen debiel ben geworden. Frigging cyborgs. Behalve door een oude man die eng veel op Samuel L. Jackson lijkt. Hij kijkt me breed lachend aan en schijnt als enige andere persoon in deze overvolle stad te begrijpen dat ik net een spreekwoordelijke strijd op leven en dood heb moeten voeren. Of gewoon omdat ik de enige ben die rustig lachend over het perron slentert in plaats obsessief nors kijkend met de banaliteit van de massa meestresst. Niemand zal het ooit te weten komen. Ik geef de voorkeur aan de eerste interpretatie. Ik besef dat ik het slagveld in de strijd tegen de schermpjes en bliepjes weer heb verlaten en de woestijn der dagelijkse beslommeringen ben opgeslopen als ik zonder erbij na te denken mijn OV-kaart uit mijn binnenzak vis en me incheck voor de metro.

Een inval in Irak wordt opeens een stuk begrijpelijker als je de collectieve obsessie met staren naar eentjes en nulletjes in aanmerking neemt en bedenkt hoeveel energie er opgewekt moet worden om dat voor iedereen mogelijk te maken en houden. We zijn met zijn allen schuld aan deze onzin. Ik ook, want ook dit stukje is weggetikt op een heuse computer met een scherm waar ik ten tijde van het schrijven obsessief naar zat te staren. Ik at toen een broodje falafel met sla, dronk Dr. Pepper* en pijnigde mijn brein. Vlak erna ben ik opgestaan, heb mijn jas aangetrokken en ben met de trein naar Weesp gekacheld omdat zaterdagavond nou eenmaal bandpractice betekent. Dat zit na bijna acht jaar behoorlijk in mijn systeem ingebakken. Dan weten jullie dat ook.

* Nu vind ik endorsement deals en dergelijke onzin vervelende pogingen van het grote geld om mensen in al-dan-niet-meer-zo ondergrondse subculturen aan zich te binden en bepaal ik wel lekker zelf wanneer ik wat wil eten, drinken of aantrekken. Ik heb ook bizar weinig zin me te laten gebruiken als een levende reclamezuil voor het één of andere grote bedrijf dat zich waarschijnlijk bezighoudt met dingen waar ik eigenlijk faliekant op tegen ben. Maar gezien de obsessief grote hoeveelheden Dr. Pepper die ik de laatste tijd naar binnen hak begin ik zo’n deal toch wel als een serieuze optie te zien. Dr. Pepper drinken is natuurlijk ook simpelweg veel cooler en veel meer punk dan grote broer Coca Cola naar binnen gieten. Daarbij is het recept van Dr. Pepper ouder dan dat van cola. Ik heb het serieus nagezocht.

Leave a Reply

Your email address will not be published.